“Mijn Indische grootmoeder leerde me koken, niet door de ingrediënten op een rijtje te zetten, maar door me eraan te laten ruiken.” Als Leon Kriser dit vertelt, beginnen de andere deelnemers aan het gesprek alle drie meteen te lachen van herkenning. Dát is nou typisch Indisch!
We zijn te gast bij Tony Simon, die dit jaar op 15 augustus voor de dertiende keer in Marum de herdenking organiseert, waarbij wordt stilgestaan bij het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië. In Nederland was die oorlog al maanden voorbij; in de kolonie kwam ze pas tot een eind met de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945. Tegelijkertijd begon toen de bloedige vrijheidsstrijd van de Indonesiërs waarmee zij een einde wilden maken aan de Nederlandse overheersing. Vanaf dat moment waren mensen met Europees bloed hun leven niet meer zeker en hetzelfde gold voor de Molukse soldaten die voor de Nederlanders vochten. De ouders en grootouders van Leon Krisen en Tony Simon waren daarom genoodzaakt om naar Nederland te vluchten, net als de ouders en grootouders van de twee andere aanwezigen, Liesbeth Duyf en Esther Silooy.
Leon, Liesbeth en Esther zullen tijdens de herdenking op 15 augustus alle drie vertellen in hoeverre hun Indische afkomst en de oorlogstrauma’s van hun familie hun leven hebben beïnvloed.
De vader van Liesbeth Duyf (Java, 1947) werd gevangen gezet in een Jappenkamp om uiteindelijk als dwangarbeider in Japan te belanden. “Een van de ergste dingen tijdens zijn gevangenschap vond hij dat hij geen foto van zijn geliefde vrouw had,” vertelt Liesbeth. “Daarom maakte hij een tekening van haar met de kleurpotloden die iemand mee had gesmokkeld.” Liesbeth opent een koffertje, waaruit ze een liefdevol portret tevoorschijn haalt. “En dit koffertje is het KLM-koffertje waarmee mijn vader vele jaren later voor de KLM naar Japan vloog om daar te onderhandelen over landingsrechten. Is dat niet ironisch? Dat geeft aan hoe sterk mijn ouders ondanks alles waren; dat ze zich nooit hebben laten kisten.” Ze heeft ook alle schriftjes nog waarin haar vader tijdens zijn gevangenschap een dagboek bijhield, dat ze bezig is in boekvorm uit te geven.
Esther Silooy (Den Bosch 1962) is het opgevallen dat veel Indische mensen een grote boosheid koesteren jegens hun onberekenbare vaders, die zwaar getraumatiseerd uit de oorlog terug kwamen. Ze kunnen die vaders niet vergeven voor de manier waarop zij – onbewust – hun trauma’s doorgaven aan volgende generaties. Esther had vooral last van haar typisch Indische opvoeding, waarbij haar geleerd werd dat ze heel bescheiden moest zijn. “Maar uiteindelijk ben ik na een turbulent leven daar helemaal van los gekomen,” vertelt ze lachend, “en nu ben ik helemaal niet meer bescheiden.” Ze wil graag vooruit kijken, naar wat er allemaal goed gaat met de jongere generaties.
Voor Leon Krisen (Groningen 1967) betekent de Indische identiteit vooral samen zijn en samen eten. Zijn moeder is Fries, maar door omstandigheden bracht hij in zijn jeugd veel tijd door met zijn Indonesische grootmoeder, de moeder van zijn vader. Hij heeft nog steeds de lepel waarmee ze hem heeft leren koken. Het is geen kostbaar stuk antiek, maar voor Leon heeft de lepel een grote gevoelswaarde.
“Mijn oma was gevormd door de oorlog en gooide nooit wat weg. Haar huis was net een museum. Tegen mij zei ze altijd ‘Lief zijn, Leon.’ Als kind dacht ik dat ze daarmee bedoelde dat ik braaf moest zijn, maar later besefte ik dat ze wilde zeggen dat we lief voor elkaar moesten zijn. Daarmee heb ik geleerd dat je moet proberen te accepteren en vergeven, want doen we dat niet, dan heeft de oorlog gewonnen en zijn er alleen maar verliezers.”
De herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië vindt plaats op zaterdag 15 augustus in het Romaanse kerkje aan de Noorderringweg 41 in Marum. Het programma begint om 19.00 uur. Iedereen is welkom.