In Nederland was de Tweede Wereldoorlog in mei 1942 afgelopen, maar in Nederlands-Indië moesten de mensen nog maanden lijden onder de Japanse bezetting daar. Pas op 15 augustus 1945, na de bombardementen op Nagasaki en Hiroshima, gaven de Japanners zich over. Die gebeurtenis werd afgelopen zaterdag door het hele land herdacht, onder meer in de Romaanse kerk in Marum.
Net als in voorgaande jaren stonden bij de herdenking in Marum de persoonlijke verhalen van drie gewone mensen met wortels in Nederlands-Indië centraal. En net als in voorgaande jaren was de belangstelling zo groot dat de kerk helemaal vol zat. Het verhaal dat de meeste reacties opriep, was dat van Liesbeth Duyf. Zij had de schriftjes meegenomen waarin haar vader als krijgsgevangene en dwangarbeider van de Japanners een dagboek bijhield, dat in feite één lange, aangrijpende liefdesbrief aan zijn vrouw was.
Misschien was liefde, in de meest ruime zijn van het woord, wel het belangrijkste thema van de avond. Alle drie de sprekers pleitten voor vergeving in plaats van verbittering, om op die manier een betere toekomst te maken. Zanger Petrus Soumokil, die voor de muzikale intermezzo’s zorgde, begon met een liefdeslied en eindigde met een populair nummer waarin samenzijn centraal stond en dat door de hele kerk werd meegezongen. Zo werd deze herdenking er een waar het, net als in de toespraak van burgemeester en ceremoniemeester Ard van der Tuuk, vooral om verbinding draaide. En verbinding is iets waar mensen in deze tijden meer dan ooit behoefte aan hebben.