KNIL-militair Marcus Hattu heeft woensdag 7 oktober postuum het Ereteken voor Orde en Vrede ontvangen. Burgemeester Ard van der Tuuk droeg de militaire onderscheiding in Nuis over aan zijn oudste zoon Justus Hattu. Dit in aanwezigheid van andere nabestaanden. De uitreiking volgt op historisch onderzoek naar het militaire verleden van Hattu, waarover binnen zijn familie lange tijd nauwelijks werd gesproken.
De plechtigheid vond plaats bij het Molukse monument in Nuis, het bronzen standbeeld van de KNIL-soldaat bij het voormalige Kamp Nuis. De postume onderscheiding kwam tot stand in samenwerking met de gemeente Westerkwartier en het Nederlands Veteraneninstituut.
Zoektocht naar familiegeschiedenis
Een kleindochter van Hattu deed uitgebreid onderzoek naar het leven en de militaire loopbaan van haar grootvader. De zoektocht kwam onder meer voort uit het besluit van gemeente Westerkwartier om de graven van KNIL-militairen van de eerste generatie en hun echtgenoten in Nuis en Marum een beschermde status te geven. Met hulp van een KNIL-expert en het Nederlands Veteraneninstituut kon de kleindochter de militaire geschiedenis van haar grootvader reconstrueren.
Marcus Hattu sprak tijdens zijn leven niet over zijn militaire diensttijd en zijn ervaringen. Voor zijn familie helpt het onderzoek om zijn leven en hun eigen familiegeschiedenis beter te begrijpen. “Het is niet om oude wonden open te halen, maar om te begrijpen”, aldus zijn kleindochter. Haar onderzoek vormt ook de basis voor een boek waaraan zij momenteel werkt.
Een door te geven verhaal
Burgemeester Ard van der Tuuk stond tijdens de plechtigheid stil bij het levensverhaal van Marcus Hattu. Het Ereteken voor Orde en Vrede is niet alleen een tastbare herinnering, maar draagt ook bij aan het doorgeven van zijn verhaal. “Uw inzet is niet vergeten. Uw geschiedenis is niet verdwenen. Uw naam wordt genoemd. En uw verhaal wordt doorgegeven”, aldus de burgemeester.
Het Ereteken voor Orde en Vrede werd ingesteld voor militairen die tussen 1945 en 1951 in het toenmalige Nederlands-Indië in werkelijke dienst waren.