Westerkwartier, 9 januari 2026 – Het inkomensbeleid van de gemeente Westerkwartier is inhoudelijk sterk en ruimhartig, maar bereikt niet alle inwoners die moeite hebben om rond te komen. Dat concludeert de Rekenkamer Westerkwartier in een onderzoek naar de doeltreffendheid van het gemeentelijk inkomensbeleid.
In Westerkwartier leeft 9,4 procent van de huishoudens met een inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum. Dat is lager dan het landelijk gemiddelde, maar het gaat om een aanzienlijke groep inwoners, waaronder circa 900 kinderen.
De Rekenkamer stelt vast dat het inkomensbeleid goed doordacht is en deel uitmaakt van een samenhangend armoedebeleid. De gemeente werkt samen met een sterk netwerk van uitvoerende organisaties, zoals De Schans, Humanitas, Stichting Leergeld en het Jeugdfonds. Het Armoedepact, waarin deze partners samenwerken, wordt breed gewaardeerd en draagt bij aan een effectieve uitvoering.
Tegelijkertijd ziet de Rekenkamer een aantal verbeterpunten. De gemeente heeft onvoldoende zicht op en bereik bij inwoners zonder bijstandsuitkering die wel financieel kwetsbaar zijn, zoals werkende armen en zzp’ers. Deze groep blijft buiten beeld, terwijl zij te kampen heeft met hoge woon- en vaste lasten. Ook is de communicatie over regelingen versnipperd en soms lastig toegankelijk, vooral voor inwoners met lage taal- of digitale vaardigheden. Inwoners die gebruikmaken van de regelingen geven aan dat deze helpen, maar vaak niet voldoende zijn om echt rond te komen. Het betalen van vaste lasten en boodschappen blijft voor velen een uitdaging.
De Rekenkamer doet de gemeenteraad vijf aanbevelingen, waaronder het structureel versterken van het Armoedepact, het investeren in actieve benadering van kwetsbare groepen en het verbeteren van de informatievoorziening over de regelingen. Ook adviseert de Rekenkamer om cijfers over bereik en gebruik aan te vullen met ervaringsverhalen, zodat de raad beter kan beoordelen of het beleid daadwerkelijk bijdraagt aan bestaanszekerheid.